Zus-Bus

 

Het komt wel vaker voor, maar sommige mensen hebben gewoon bang om buiten te komen, omdat ze denken dat ze alles verkeerd doen. Dit verhaal verteld het leven van een meisje dat niet graag buiten komt. Maar op een dag komt ze iemand tegen die haar een manier geeft om los te komen.

Ons verhaal begint op een mooie zomerdag ergens in een klein stadje…

Muisje, kom je naar beneden, vroeg de mama aan haar dochter. Het was zo, de mama noemt haar jongste dochter altijd muisje, maar eigenlijk noemt ze Merel. Al vond Merel, dat ze graag een ander diertje genoemd wilt worden, al gauw werd het Muisje.
Ons gezinnetje bestaat uit een mama en papa, en twee dochters, muisje (of Merel) was een tweeling met haar zusje, ze lijken helemaal niet op elkaar, maar eigenlijk zijn ze helemaal anders. Want Merel, had een beetje meer tijd nodig voor alles te leren, en ze had snel bang van andere mensen. De zus Mell, was meer zoals andere kinderen, maar toch wel heel begaan met haar zusje. Al kon ze niets doen voor haar zusje.
“Jaja ik kom zo”. Merel komt naar beneden, en gaat de keuken binnen. Muisje, wil je jou favoriete ontbijtje? Bruine boterham met witte choco, antwoorde Merel. Dit was één van de dingen waar je merkt dat Merel anders is, ze eet altijd hetzelfde. Bruine boterham met witte choco. En dit al jaren…

Wij gaan vandaag naar de markt in de stad, ga je mee, vroeg de mama aan Merel. Maar je moet wel alleen terug, want ik moet met jou papa, daarna nog ergens zijn. En toen de mama dat zei, dan draaide Merel haar hoofd en ging terug naar kamer. Mell, was toen ook beneden, en ze zei “Mama, je weet dat ze het daar moeilijk mee heeft, waarom zeg je dat nu zo? Op zo een moment merk je dat het contact tussen de zusjes echt wel goed zat. Mama, ik zal wel even gaan kijken naar Merel, zei de zus.

Mell ging naar de kamer van Merel. Ze klopte op de deur,  en zei voorzichtig, mag ik binnen komen? Ze hoorde Merel wenen. Toen ze binnenkwam, draaide Merel direct haar hoofd weg. Je moet niet wenen Merel, je mama begrijpt je gewoon niet goed altijd. Merel begon na een paar minuten, te praten. Waarom kan ik niet zelf naar het stad gaan? Je weet hoe mama daar over denkt zusje, je mag dat niet omdat ze dan niet weet hoe je het doet. Maar als je wilt ga ik wel met jou, zou je dat willen? Dan kunnen we samen iets gaan drinken en wat naar de jongens kijken op het plein? Merel kreeg ineens een mooie lach op haar gezicht. En dat is waar Mell het voor doet. Merel mag zo blij zijn, met z’n zus.

Mell, nam haar telefoon en zocht de bus op. Want vandaag hadden de mama en papa de auto nodig. Merel vond de bus niet zo leuk, maar ja, er zat niets anders op dan toch vandaag met de bus te gaan. Wel samen met haar zus. Ondertussen keken ze naar de jongens en luisterde ze muziek. En op zo een moment geniet Merel heel hard van dat moment. Al kon Merel niet snappen, wat het nut was van de bus. Waarom bus, als je met de auto kan gaan. Dat was een droom die Merel al lang geleden heeft moeten wegdenken, auto rijden. Mell, had dus wel een rijbewijs, maar ze hadden thuis maar één auto, en die moesten ze delen.

Ze vond een bus altijd zo raar, de mensen praten niet met elkaar, maar mensen die bij elkaar zitten, die maken dan weer kei veel lawaai. Merel zal het nooit begrijpen. Op een bepaald moment, vroeg Merel aan haar zus, waarom zit die chauffeur afgesloten? Wel Merel, dat is omdat hij dan goed zijn werk te doen, en dat niemand zomaar tegen hem kan praten. Maar Mell, en als je iets wilt vragen over de weg? Dat mag je doen hoor, maar als je een beetje slim bent, dan zoek je dat eerder uit, maar het mag wel hoor, als je dat echt nodig hebt.

 

Merel begon heel veel rond te kijken, het was eigenlijk wel spannend om zo is op een bus te zitten. Een uurtje later waren ze in de stad. Ze stapte uit, en Merel zei nog tegen de chauffeur “Tot ziens”, en toen gaf de chauffeur een boze blik in Merel haar ogen. Merel begon te wenen, en liep een beetje verder de straat in. Mell had moeite om haar in te halen, maar ze had ook gezien wat de man in de bus deed. Ze kon het dus allemaal begrijpen, en ging achter Merel aan.

Merel had zich op een bankje gezet, in het park, bij een groepje eendjes. Wat deed ik verkeerd Mell, vroeg Merel zich af. Ik wou alleen vriendelijk zijn. En dat heb je goed gedaan, antwoordde de zus gerust stellend. Ze zeggen altijd tegen mij, zet even jou gedachten opzij en ben eens vriendelijk, maar blijkbaar is dat nooit goed. Maar jawel zusje, het was kei goed van jou, maar de chauffeur had er blijkbaar geen zin in. Je kan gewoon pech hebben, maar soms zitten er ook echt leuke mensen tussen. Alleen dat zie je dat niet direct.

Na dat goed gesprek gingen ze verder, om naar een plek te gaan, waar Merel mooie herinneringen aan heeft. Het was haar kleuterschool, waar ze echt als een prinses behandeld werd. Dat waren mooie tijden, en dus kwam ze daar graag terug, om alles weer te herbeleven. En Mell wist dat, en gaat dan echt graag mee. Ze speelt dan op de speelplaats met krijt, dat ze daar vond. Mell, zag haar genieten. Hoe gelukkig kan je worden na een boze chauffeur te hebben op de bus.

De namiddag ging snel voorbij, en de meisjes gingen terug naar huis. Nu wel met de mama, want Mell had ondertussen al gebeld naar haar mama met het verhaal van de bus, dus was de mama maar gekomen met de auto, om hen te komen halen. Als ze thuis waren was mama weer een beetje bezorgd. Maar meid, waarom is het misgelopen? Had jij eerst iets anders gezegd? Nee mama, ik zei gewoon als ik de bus afging “tot ziens”. Daar is toch niets mis mee? Nee Muisje, daar is inderdaad niks mis mee. Merel ging naar haar kamer met een bang gezichtje.

Melleke, heb je het gevoel dat ze weer angst had? Nee, dat denk ik niet, ik denk dat het meer verschieten was, dan echt angst. Ik denk dat ze zicht echt wel goed voelt op een bus. Normaal luisteren wij muziek, en kijken we naar de jongens enzo, maar nu was ze heel de tijd aan het rondkijken. Ondertussen kwam Merel heel stil aan de trap staan. Ze kon elk woord horen wat ze zeiden. En Mell ging verder.
De bus zou haar wel goed doen. Misschien zouden we haar meer met de bus naar de kleuterschool moeten gaan. Maar zeker niet alleen. Het zou wel leuk zijn, als ze met de bus kon gaan, dan moet ze niet altijd met ons meegaan, goed voor haar zelfstandigheid. Nee, zei de mama kort, dat wil ik niet. Ze mag niet alleen op die bus, dat is veel te riskant voor haar, wil je terug dat ze met een schrik naar huis komt? Dat kan ik als moeder niet aan. Toch denk… en de moeder stopte de woorden van Mell, nee, dit mag echt niet. Maar mama, wil je niet dat ze meer leert kennen op haar eigen? Dan gaat ze echt wel gelukkiger worden. Ik weet ook dat die kleuterschool voor haar zeer goed is, maar ze kan toch altijd met jou daar naartoe. Merel ging terug naar haar kamer, en smeet met de deur. En dat had iedereen gehoord. Ze was kwaad, maar verstond het ook niet allemaal. “Op een dag, zal ik zelf naar mijn schooltje gaan”, dacht ze.

Merel, wou echt wel alles weten over de bus. Hoe ze dat ging doen wist ze nog niet. Maar ze dacht, dat haar zus haar misschien wou helpen. Ze ging dus naar haar zus, en vroeg het aan haar. Zou je mij met iets willen helpen vroeg ze aan haar zus. Die antwoordde, “het gaat toch niet meer over de bus hé?” Merel durfde bijna niets te zeggen, en draaide haar hoofd weg, alsof dat ze het gesprek wou afsluiten. Mell maakte zich wel echt zorgen. “Waarom blijf je daar mee zitten?” alles goed met jou zusje? Ik wil je kei graag helpen, maar mama wilt echt niet, dat je nog veel met die bussen bezig blijft. Ik begrijp, wel dat je de wereld wilt ontdekken, en dat je je meer wilt weten over van alles, maar mama wilt echt niet, dat ik je nog help daarmee. Dat hoorde ik, antwoordde Merel kort. “Laat me nu maar zusje” zei Merel. Mell ging dan maar met een bang hartje de kamer uit, en liet Merel alleen. Merel moest nu iets verzinnen, om meer te weten te komen over die bussen. Ze besloot om op het internet te zoeken, naar de juiste regels van de bus. Merel las alles goed en grondig door, tot ze alles wist wat ze nodig had. Dan kwam ze op een pagina met “plan jou route”. Eerst durfde ze niet te klikken, maar ze moest het ooit doen. Het was voor haar allemaal zo onduidelijk. Want wat vroegen die ook. “Van waar, naar waar?” “Wanneer?” Hoe heette mijn kleuterschool? Ze herinnerde zich een vaag beeld, van een logo. Het was iets met een vliegtuig. Ja, de vleugel! Dat was de naam van haar schooltje. Maar nu ze dat wist, had ze nog geen adres. En aan haar zus kon ze het ook niet vragen, want die wou wel helpen, maar ze mocht niet van mama. Ze had de hele avond nodig om een adres te vinden van haar vroegere school. Tot ze een kaartje vond ergens in een kast, waar wat info op stond. Gemeenteplein 5 in de stad.  Nu had ze al een adres, maar nu de pagina terugvinden van de bus, want een computerheld was Merel niet. De uren vlogen voorbij, en ze probeerde van alles en nog wat.  Tot ze op de juiste pagina weer kwam. Ze dacht in haar eigen “dit moet  mij lukken, nu alles goed ingeven, en dan vind ik misschien een route…”.
Nu nog alleen, nog een moment zoeken, wanneer ze onopgemerkt haar thuis kan verlaten. Daar moest ze namelijk ook goed over nadenken. Het mag niet te snel zijn, en zeker als er niemand thuis is. Ze besloot om het donderdag te doen. Dan is ze normaal in de namiddag alleen, en dan kon ze rustig naar haar kleuterschooltje gaan.
Het was al snel donderdag, en ze was al aan het denken, dat ze toch iets moest laten weten aan haar ouders en zus. Al wist ze niet wat. Misschien gewoon “dag mama, ik ben even weg, ik kom vanavond voor het eten terug thuis”. Meer moest niet dacht ze.
Ze nam haar bus-kaartje, een appel en een flesje drinken, en vertrok naar een halte in de buurt. Ze was eigenlijk redelijk goed voorbereid, ze wist waar ze moest wachten. Maar dat was nog niets. Merel dacht nog steeds aan het voorval met de chauffeur, wat ze met haar zus had meegemaakt. Maar goed, daar ging het vandaag om. Ze moest weten of het altijd z’n mensen waren. Het was redelijk koud buiten, maar toch bleef Merel volhouden en wachten op haar bus. In de verte zag ze een grote auto komen, ze keek eens goed, en het kwam dichter en dichter. Nee, het was geen auto maar een bus. Nu, was het haar moment, zij moest nu bewijzen dat ze het kon. De bus stopte, en Merel kreeg het koud en dan weer warm vanbinnen, en ze had een raar gevoel in de buik. Dit had ze nog nooit gevoeld.
Toen stond de bus ineens voor stond, opende de deuren. Ze zag een man met een baard voor haar, en die zei “bus nodig naar de stad”? Merel had een beetje bang, en zei heel voorzichtig “euuh, ja”. Ze stapte op en liet haar kaartje zien. De chauffeur, wist al hoe laat het was, hij dacht al dat er iets was met deze reiziger. Nadat ze op was gestapt, gingen de deuren toe, en zocht ze een plaatsje. Maar toen gebeurde het onverwachte. Is dit jou eerste keer dat je een bus neemt alleen, vroeg de man. Merel wist niet wat er gebeurde, maar was wel sterk genoeg om te zeggen “ja, maar ik deed het al vaker met mijn zus”. Weet je wat zei de man, blijf jij maar hier staan. Dan kunnen we gezellig babbelen. Merel wist niet wat er gebeurde, er waren dan toch vriendelijke chauffeurs. Ze vond het zalig. Wat is jou naam vroeg de man. Ik ben Merel, maar ik snap het niet meneer. Je mag toch eigenlijk niet praten met mij vroeg ze bang. Officieel niet, maar wij staan steeds open voor een gesprek. Wij zijn nog steeds mensen, en mensen hebben contact nodig antwoordde de man. Je hebt wel alles goed opgezocht. Waar moet je naartoe vroeg hij dan. Naar mijn oude kleuterschool, op het Gemeenteplein in de stad. En hoe heet jij meneer? Oh, zei de man, ik ben Vincent. Vincent de bus chauffeur. Leuk, maar ik moet jou nog iets zeggen, begon Merel bang. Ik mag hier eigenlijk niet zijn, volgens mijn mama. Waarom niet vroeg Vincent? Omdat ik anders ben, anders dan de rest. Toen onderbrak Vincent Merel en zei “maar meid, voor mij maakt het niet uit, wie of wat je bent, ik houd met iedereen rekening, dus ook met jou. Het voelde zo goed, dat ze een leuk gesprek hadden. Tot het moment dat Vincent zei, hier Merel hier moet je zijn. Merel keek naar buiten, en zag inderdaad het schooltje van vroeger. Toch besloot ze om de vraag te stellen van de chauffeur dat ze nooit had gedacht te stellen. “Kan ik nog even op jou bus blijven, want nu heb ik eens de kans om te leren over bussen, en de werking ervan”. Tuurlijk van mij mag je, maar zou je dan toch niet iets laten weten aan jou mama ofzo, antwoordde Vincent.

Want ondertussen was haar mama thuis gekomen, en had het briefje gevonden van Merel. Ze was eigenlijk wel verrast. Waar zou je nu zijn? Waarom moest ze nu juist weggaan. De mama besloot om Mell te bellen, en ze vroeg haar, of dat zei wist waar Merel was. Mell wist het ook niet, en kwam zo snel mogelijk naar huis. Mell werd ook wel een beetje ongerust, en kwam een half uurtje later ook thuis aan. Ze liep direct naar boven, naar de kamer van Merel. Maar ze kon niet direct iets vinden, waarvan ze kon weten, waar ze was. Mell dacht wel dat het iets te maken kon hebben met bussen. En toen zag ze dat haar computer opstond. Ze las alles wat er op stond, en dacht in haar eigen “Zusje, wat ben je toch allemaal van plan, waarom moest je nu alleen op een bus stappen…”. Mell besloot om niets tegen haar mama te zeggen, want ze wou alleen gaan zoeken. Dus ze ging naar beneden, en zei tegen haar mama “ik ga Merel zoeken in de stad, ver kan ze niet zijn, blijf jij thuis, voordat ze zou thuis komen”. Goed idee Melleke, tot straks.

Op de bus voelde Merel zich al heel erg thuis, maar ze bleef maar luisteren naar de verhalen van 
Vincent. Het werd al laat, en de chauffeur zei “Merel zou ik je niet naar huis brengen, je ziet ook dat alle andere mensen al uitgestapt zijn”. Weet je me dan wonen, en mag dit? Ga je niet in de problemen geraken? Rustig meid, zei Vincent. Ik weet heus wel wat ik doe. En trouwens, je gaat het thuis toch al moeten uitleggen, dat je zomaar de bus neemt zonder dat jou mama dat weet. Je hebt gelijk zei Merel. Dus, waar woon je Merel vroeg hij, en Merel antwoordde en ging zitten. Trouwens, zal ik je anders mijn telefoon nummer geven, als je dan nog eens een vraag hebt over de bus, dan kan je me altijd een berichtje sturen, en dan hoef je het zelf niet uit te proberen. Kei goed idee zei Merel, en ze nam haar GSM, en Vincent zette het nummer van hem in haar telefoon.

De mama was helemaal overstuur aan het geraken thuis. Wanneer zou ze terugkomen, waar zou ze zijn. En op dat moment stopte er voor het huis van Merel een grote bus. De mama dacht meteen, “ze zou toch niet… dan kan toch niet… Toen Merel uitstapte met een grote lach op haar gezicht, was de mama weer dol gelukkig. Merel was door het dollen heen, ze had eindelijk iets bereikt in haar leven. Ze was trots, en daarom gaf ze de chauffeur nog een dikke knuffel. Haar mama kwam buiten, en ging naar de buschauffeur toe. “Je hebt haar dol gelukkig gemaakt, en daar wil ik je voor bedanken”. Dat is graag gedaan, ik had al het vermoeden dat ze anders was, en zonder iets te zeggen van thuis was weggegaan. Ik heb haar gewoon gerust gesteld, en wat uitleg over de bussen gegeven. Oh ja, ik heb haar ook mijn telefoon nummer gegeven, vind je dat erg mevrouw? Nee hoor, als ik zie hoe gelukkig ze is, stoort mij dat allemaal niet. Merel kwam erbij staan, en vertelde alles aan haar mama. Liefste schat begon haar mama, jij mag vanaf nu naar de stad met de bus wanneer jij wilt, maar beloof dat je wel steeds iets zegt vooraf, dan ben ik niet zo ongerust. Merel was super gelukkig, en had eindelijk het gevoel dat ze nuttig was, en dat ze zich zelf kon verplaatsen.
Vlak daarna kwam Mell terug, en ze ging direct naar Merel toe. “Zie je wel dat je dit kan, en dat niet alle chauffeurs hetzelfde zijn”. Bedankt zus voor alles zei Merel, en gaf een kusje op de kaak van haar zus.

En van dat moment, was het gezin weer terug bij elkaar. En vooral, Merel was gelukkig. Ze mocht gaan met de bus naar haar kleuterschooltje wanneer ze wou.