Het verhaal van de prinses

Er was eens een prinses die net een beetje anders was dan de rest. Ze hoopte om ooit eens gelukkig te worden, want omwille van dat ‘anders’ te zijn, kon ze (vond ze toch zelf) niet veel doen met haar leven. Ze late het dan maar zo.
In het koninkrijk waar ze woonde waren er twee delen. Namelijk ‘perfecte’ deel en het ‘anders-dan-de-rest’. De koning van dat land, wou natuurlijk alleen spreken en regeren met het eerste deel van het koninkrijk, hij kon het echt niet hebben, dat er mensen van het ‘anders-dan-de-rest’ in contact kwamen met ‘zijn’ deel. Hij had ook alleen nooit anders gezien. Want hij was daar ook opgegroeid. En dan zijn dochter anders was, mocht dan natuurlijk niet geweten worden. En wat de prinses ervan vond, vond de koning en de prinses niet belangrijk. Op jonge leeftijd was het al duidelijk, er is iets met dat meisje. Toch wou de koning het voor hem houden. 
Het prinsesje heeft ook een naam, maar die wou ze wou niet zo aangesproken worden. Niemand van buiten het koninkrijk wist die naam ook niet. Al zagen haar ouders dat anders. “Ooit zou ze toch eens buiten moeten komen”. Maar daar had het prinsesje niets aan. “Waarom maakt iedereen het zo moeilijk voor mij?”.
Het gezin bestond uit meer dan alleen de koning en de prinses. Verder was er natuurlijk nog een moeder, en een zoon. De zoon was een goede overnemer voor later zijn vader op te volgen. Hij had zelf veel kennis van wapens en andere metalen spullen. Hij had al vaker wapens gemaakt, maar hij wou er nooit iets mee doen. Want hij wou nooit vechten of oorlog voeren. Maar het gaat natuurlijk over de prinses. En het verassende was, dat ons prinsesje het enige gezinslid was die ‘anders’ was. De moeder was net zoals haar man, heel fier op wat hun koninkrijk geworden is. Als koningin, hield ze zich vaak bezig met het contact tussen de burgers en de koningsfamilie. Ze vond dat heel belangrijk, toch was het opvallend dat de moeder ook heel erg met haar dochter (onze prinses) begaan was. Toch het meeste van het gezin. Al was het ooit anders. Op een dag gingen moeder en dochter wandelen in het bos, om gewoon even weg te zijn uit dat mooi kasteel, dat trouwens op een mooie berg stond. Ze genoten er echt steeds van, al wist de koning daar niets van. En als ze dan terug waren van hun wandeling vonden ze steeds een mooie uitleg of smoesje.


De jaren vlogen voorbij, en het prinsesje ging van de lagere school over naar de middelbare school. Het was al een groot gedoe, om een school te vinden in het ‘perfecte’ deel. Maar de prinses had er niet veel oren naar. Want ze had inmiddels wel een beperking. Er wist nog steeds niemand wat er met de prinses aan de hand was. “Ooit communiceren we het naar het volk”. De koning beloofde dat als de prinses naar de middelbare school ging, dat hij met zijn dochter naar buiten zou komen. Of dat ging geburen was nog een groot raadsel.


De avond voordat onze prinses naar de middelbare school ging, had de prinses het heel moeilijk. “Hoe zouden de mensen reageren op mij?” Op haar kamer was ze dan ineens beginnen wenen. De koningin hoorde iets ongewoons in haar kasteel, en ging op onderzoek uit. Een tijdje later kwam ze erachter dat het ons prinsesje was. Dus ze ging naar haar kamer en klopte voorzichtig op de deur van haar kamer. “Hallo, schatje ben je daar?”. De prinses antwoorden niet. “Schat, ik wil je helpen, of luisteren, laat mij alstublieft binnen.” Na een paar minuten, deed het prinsesje open, en liet ze haar mama binnen. “Zeg prinsesje, wat kan ik doen voor jou, wat heb je nodig, ik wil je helpen.” Wel dat is net het probleem mama, zei het prinsesje. Ik wil niet alles krijgen, ik wil er zelf voor werken, voor strijden. De koningin was wel wat verschoten, want dit had ze niet verwacht. Maar ze snapte haar wel. Heb je al een keuze gemaakt over wat je wilt studeren, vroeg de koningin aan haar dochter. De prinses keek haar mama raar aan. Wat kan ik doen? Ik zit wel met die beperking antwoorde de prinses terwijl ze een traantje wegpinkte. Ze was er nog steeds niet uit. Maar toch wist ze dat het toch nooit veel ging worden. Door jou ‘geheimpje’ ga je jouw leven toch niet op z’n kop zetten, vroeg de koningin. “Mama, ik ben het moe, waarom neemt niemand mij niet gewoon als ik ben.” Ik wil ook gelukkig worden, dat had ik al vaker gezegd tegen jullie, voegde ze er nog aan toe. “Wat bedoel je met gelukkig worden?” Wel mama, mijn broer heeft gestudeerd, en heeft een vriendin, hij gaat later papa opvolgen voor het regeren van het koninkrijk. Ik wil eens buiten het kasteel alleen rondlopen, zonder dat her bewakers mij achtervolgen, en de wereld ontdekken met mijn eigen ogen. De koningin, werd een beetje kwaad. “Waarom zou je dat willen, doen wij iets verkeerd? Zorgen wij niet goed meer voor jou?” Dat is het punt helemaal niet antwoorde de prinses. “Laat mij gaan, mams alstublieft, ik wil de wereld zelf zien”. De koningin, wou haar dochter gelukkig zien, dus ze deed een voorstel. Als we nu wachten met de school, en jou de tijd geven om de wereld te verkennen. Op voorwaarde dat je wel je eens laat zien aan ons volk. “Wat gaan ze vinden van mijn ‘geheim’? Dat zien we dan wel. Oké, dan zullen we dat wel doen dan. Slaap nu nog maar goed, dat je mooie dromen mag hebben, en dat je fris klaar bent voor morgen de grote dag.
De volgende ochtend, was de dag van de waarheid. Het kasteel was mooi versierd met vlaggen, en overal zag je mensen toekomen aan het kasteel, om samen deze mooie speciale dag mee te maken. Het moest een mooie dag worden, een heel groot feest. Iedereen was in grote spanning. Eindelijk zagen ze de volledige koninklijke familie. Ze zagen die wel vaker, maar niet met de dochter bij. Niemand wist hoe de prinses er tegenwoordig uitziet. Spannend was het zeker, natuurlijk ook voor de prinses. Maar die zat nog op haar kamer, vast voor haar kleerkast voor een mooie kleedje uit te kiezen. Ze had alleen een bepaald attribuut, waar ze bang voor had. Als iemand die zag, dan zou alles verpest zijn. Haar mama had haar gezegd dat ze die niet mocht laten zien. Toch twijfelde het prinsesje of ze hem wel ging meenemen. Ooit had ze het gekregen om met haar ‘geheim’ beter te kunnen omgaan. Ze nam een mooi kleedje deed het aan, maakte zich op en ging naar beneden, waar er een mooi feestelijk ontbijt klaarstond voor de hele familie. Maar deed niets aan het feit, dat het prinsesje geen zenuwen had, en er eigenlijk geen zin in had. Ze was heel zenuwachtig, ze wist helemaal niet wat er ging gebeuren. Dus vroeg ze aan haar papa, “hoe ziet de planning eruit op deze mooie dag?” Eigenlijk draait alles rond jou. Het moet jou dagje worden. Het prinsesje keek heel hard uit naar wat er de komende dagen ging gebeuren, maar zeker niet vandaag, maar naar het verkennen van het koninkrijk buiten de muren en het kasteel. Ze vroeg aan tafel, “mama, wanneer mag ik”, en daar stopte de zin, de koningin onderbrak haar en zei, “niet hier lieve schat”. Het prinsesje begreep er niets van, waarom mocht ze nu niet praten daarover. De moeder keek haar bedenkelijk aan, en deed wat gebaren en deelde rare blikken uit. “Ah, als het zo zit, en blijf ik vandaag op mijn kamer”. Iedereen werd stil aan de tafel, de prinses was heel kwaad geworden. Ze at vlug nog haar pannenkoek op, en ze ging naar haar kamer. Haar moeder ging nog achter haar aan. De prinses had dat door, en besliste om haar ‘geheim’ attribuut te nemen op haar kamer, en dan naar de poort van het kasteel te gaan. Genoeg is genoeg riep ze. Als ze op de laatste trede van de trap was, viel ze op de grond. De koningin, had haar ondertussen ingehaald. De prinses had een wondje op haar been. Tijdens dat dat gebeurde gingen de trompetten al af, om de poorten te openen. Ons prinsesje stond ineens in de opening van de poort samen met de koningin. Op dat moment stonden alle genodigde en inwoners de koningin en het prinsesje aan te gapen. Er was ineens een droevige en stressvolle sfeer. Iedereen zag nu waarom de prinses zich al jaren niet heeft laten zien. Ze zagen dat de prinses een stok vast had. Niemand wist wat dat was. Onze prinses had er genoeg van, ze wou alles zeggen, maar haar mama hield haar tegen. Dat probeerde ze toch. Niet doen schat zei ze. Jawel mama, ik wil dat iedereen het weet. Ik ben anders en dat moeten we eerlijk communiceren met de buitenwereld. De mensen die voor hun stonden die begonnen te roepen en schreeuwen. “Wat is er mis met haar”, “wat is dat, dat witte dingen aan haar arm?” Mams, word het niet tijd om het bekend te maken, zei de prinses tegen haar mama. Nee, niet doen. Maar ons prinsesje was al begonnen…
Beste inwoners van ons koninkrijk, ik wil jullie iets vertellen. Tijdens mijn geboorte is er iets misgelopen, en heb ik een beperking opgelopen. Namelijk een visuele beperking. Zelf kan ik daar niks aan doen. En wat deze stok betreft. Het is een stok, waarmee ik de ondergrond kan scannen en beter inschatten. De sfeer was al niet zo goed, en het werd er niet beter op. De mensen vertrokken. Ondertussen stonden de koning en zijn zoon ook al bij de poort. De koning sprak net daarna de menigte toe. “Het is nu zo, en niet anders. We doen ons best om haar zo goed mogelijk te helpen. Door haar thuis te laten, en zo weinig mogelijk laten kennismaken met de wereld”. Het prinsesje werd woedend door de woorden van haar vader. Ze liep weg, rende door de menigte, en riep nog “zolang niemand mij neemt zoals ik ben, kom ik hier niet meer terug, dan is iedereen gelukkig.” De prinses vertrok, en niemand wist hoelang ze weg ging blijven. Wat bezielde ze zich, om zo ver te gaan tegen het volk, de koning verstond er helemaal niets van. Ver kon ze niet gaan dacht de koning, maar toch gingen de dagen voorbij. En ze hadden nog steeds niets gehoord van haar dochter.
Ondertussen had het prinsesje al wat afstanden afgelegd. Ze was eerst door de menigte moeten, dan langs de kasseien-paden en dan richting het bos. Prachtig vond ze het, ze was nog nooit buiten de kasteelmuren geweest. De dieren, de natuur, alles vond ze super mooi. “Waarom had ik die nog nooit eerder gedaan”. Maar steeds als ze dat wou, dan hield zeker haar mama op papa dat tegen. Het werd wel snel donker, en ze moest dan steeds een onderdak zoeken. Toch vond ze dat altijd. Ze zocht dan takken en mos om daar een kamp mee te bouwen. Want ze zat vroeger op de scouts, en daar had ze dat allemaal geleerd. Maar dat was ook een geheim van de prinses. Niemand wist dat, alleen haar familie. Dat kwam dan goed van pas. Daarmee overleefde ze altijd de nachten. Ze probeerde wel zo veel mogelijk paden te nemen, want als ze te veel op onverharde stukken paden liep, dan viel ze misschien wel. Er was wel één probleem, het wondje dat ze had opgelopen op de trap van het kasteel, begon wel te ontsteken. Ze hoopte ooit dat ze iemand zou tegenkomen om dat te verzorgen, teruggaan naar het kasteel was nu geen optie. En dat van de scouts kwam voor nog iets heel goed van pas. Het eten zoeken. De eerste dagen kon ze pannenkoeken eten, die ze onder haar kleedje had mee gesmokkeld. Maar de dagen erna, overleefde ze op eten dat ze vond aan de bomen. Want als een verleden als scout, wist ze exact welke paddenstoelen eetbaar waren en welke niet. En drinken deed ze van water dat ze filterde van water van de beekjes door een zakdoek te doen. Wat was ze nu zo gelukkig. Dit leven beviel haar wel. Al miste ze wel iemand aan haar zijde.
Zonder dat ze het besefte was ze van het ‘perfecte’ deel van het koninkrijk naar ‘anders-als-de-rest’ gedeelte. Het viel haar nog niet direct op. Maar de bomen en het landschap veranderde, door het grijzer te worden, en dat het kouder aanvoelde. Ze was er van overtuigd dat zo nog weken kan rondlopen om de wereld buiten het koninkrijk te ontdekken. Al was dat niet het enige doel dat ze had. Want een prinses kan toch geen prinses blijven, ze wou graag een vriendje om gelukkig mee te worden. Tot nu toe had ze nog nooit verliefdheid gevoeld. Toch vond ze dat wel erg. Ze dacht steeds “wie wilt er nu verliefd worden op een meisje dat niet goed kan zien?” Het was wel nog een geheim dat ze had, want de koning en koningin wisten dat niet, dat ze daar mee worstelde. Wat voor haar niet echt belangrijk was, was dat het niet uitmaakt wie het is. Om zo aan het hele koninkrijk te laten weten dat je perfect gelukkig kan worden met wie je graag hebt, of hij nu groot, klein, mager of een klein buikje heeft. De mensen van het koninkrijk zouden er toch niet op kijken. De prinses had de hoofde en de gezichten gezien. Als ze er nog maar aan denkt, dan kreeg ze een raar gevoel in haar hartje. Ze dacht ook niet veel meer aan thuis. Het bos en de paden die ze volgde leken eindeloos…
Een paar dagen later, werd ze wakker van een geluid dat ze niet direct kon herkennen. Het was geen dier, het was geen jager of boswachter van het bos. In de struikjes achter haar, zag ze iets groots bewegen. De prinses had bang, hoe moest ze zich verdedigen als dat nodig was? Ze keek in haar zakje van haar kleedje. Ergens diep in haar zakje, vond ze een klein schaartje, dat ze ooit van haar broer had gekregen. Het was meer voor het knippen van haar nagels. Maar of ze daarmee zich kon verdedigen tegen, wat er ook tevoorschijn kwam…
Onze prinses was toch wat bang, maar ze raapte al haar moed bijeen en ging dichter en dichter. Wie is daar, vroeg de prinses. Het bosje bewoog heen en weer. “Was dat nu een beweging voor antwoord of was het een diertje dat net wegliep?” De prinses ging nu nog dichterbij, om het bosje te gaan bekijken. Toen ze bij het bosje kwam, was er niks meer te zien. Ze vond dat heel vreemd. Iets in haar zei, dat ze moest rondkijken. Tot haar verbazing vond ze een briefje met daarop “goed voor een portie vlindervliesjes, met rupssmurie”. Wat is nu vlindervliesjes? En dan die rupssmurie? Het was allemaal een beetje raar. Was ze nu de hele tijd aan het dromen? Of wat dit allemaal echt? Om dat te weten, kneep ze met haar hand in haar wang. Ze kreeg een pijn, die je voelt als je niet droomt. De dag was toch al heel raar begonnen. Terug met volle moed, maakte ze wat eten, en vertrek terug op pad. Even verder, zag ze een boom met paddenstoelen. Het waren groene, wat ze nog nooit gezien had. Toch besloot ze om ze te plukken, en ze weg te steken in haar kleedje. Eigenlijk had ze dringend een zakje nodig. Maar hoe gaat ze dat maken, ze heeft niets in de buurt, maar er was niet veel plaats meer in haar kleedje. Bij de scouts had ze ooit wel eens iets gemaakt met hooi of gedroogd gras. Toen had ze een mooi mandje gemaakt, maar nu had wel die spullen nodig. Ze besloot om verder te wandelen, om misschien ooit een veld ofzo tegen te komen.


Het werd middag, en de zon straalde nogal een warmte uit. Als dan toch ooit spullen vond om een mandje ofzo te maken, dan kan ze best ook een hoedje maken voor op haar hoofdje te dragen, zodat ze niet meer kon verbranden. Haar hoofdje zat nog vol, met wat er die morgen gebeurd was. Wie of wat was dat? Toen ze aan het eten was, hoorde ze weer iets raars, maar nu wel iets wat ze ooit al eerder gehoord had. Ons prinsesje dacht meteen weer aan dat van die morgen. Denken deed ze niet meer, ze ging er gewoon op af. Opnieuw, riep ze “Wie of wat ben je? Waarom volg jij mij?” Want dat was toch wat ze al een tijdje dacht. Er bewoog een tak van een boom. Toen het prinsesje dichter bij de boom kwam, zal ze iets weglopen. Het was geen diertje, maar iets veel groters. Ze kon wel niet zien hoe het eruit zag, welke kleur het had. Er was ook weer gebeurd, wat er de vorige keer ook gebeurd was. Het monster (of wat het ook was), had iets laten vallen. Achter de boom lag een pakketje. Nu was het een mandje met daarin een hele grote hoed. Waar ze, als ze het zou opzetten, heel haar hoofd in wegzakte. Blij dat het prinsesje was. En verder lag er nog iets bij. Het was een boekje. Op de cover van het boekje, stond die groene paddenstoel, die ze eerder zag in het bos. Blijkbaar was het een paddenstoel info boekje, met alle soorten die je in dat gebied kon vinden. De vraag was, hoe wist dat monster dat ik dat allemaal nodig had. Het was toch allemaal wat vreemd. Wie was dat nu eigenlijk? Toen ging ze eindelijk over tot actie. Ze rende alsof haar leven er vanaf hing. Gelukkig waren de paden goed, en waren er weinig oneffenheden. Op een moment zag ze helemaal niets niet meer. Waar is “het” nu? Iets verder zag ze een grote heuvel, en een klein stipje onderaan de heuvel. Ze besloot om dichterbij te gaan kijken.


Eenmaal aangekomen bij de heuvel, bleek het stipje een deur te zijn, een grot ofzo dacht ze. Het prinsesje wist even niet wat te doen, maar na een poosje nadenken klopte ze toch op de deur. Geen antwoord. Toen klopte ze nog eens… De deur ging open. Ze schrok zich een ongeluk. Het was een heel grote grot. Met grote openingen, en oude houten balken aan de zijkant. Ons prinsesje ging naar binnen, en zag in de verte iets dat een toverstaf bij een mens. Ze riep “Wacht, ik heb jou nodig, waarom help je mij?” Het “ding” of noem het maar “beest” stopte, en kwam terug, in de richting van het prinsesje. Onze prinses was ineens heel nieuwsgierig. Het beest kwam dichterbij, en toen zag het prinsesje echt wat het was, het was een reus.


De reus begon te praten, “waarom help ik jou”, wil je dat graag weten? Ons prinsesje bibberde ondertussen al een beetje. Eeuh ja, zei het prinsesje. Omdat ik jou graag help? Wel omdat ik de LAR ben antwoorde de reus. “De wat?” De Lieve Aardige Reus. Ik weet wat je al de hele tijd doormaakt. En ik wil je daar bij helpen. Ik weet hoe moeilijk het is om anders geboren te worden. En voordat de reus verder wou vertellen, vroeg hij of het prinsesje niets wou eten of drinken. Het was meteen duidelijk, het klikte tussen die twee. De LAR bood iets te eten aan, hij had niet veel, maar vlindervliegjes had hij namelijk in overvloed. De prinses had echt heel veel honger, en was blij met wat de reus aanbood. Ze nam een bord met vlindervliegjes en nam er nog rupssmurie bij. De gesprekken waren zo mooi, grappig en wat voor ons prinsesje het belangrijkste was, ze had voor het eerst het gevoel dat ze een echte vriend had. De reus vervolgde zijn verhaal. “Weet je, ik ben opgegroeid in hetzelfde koninkrijk als jij, maar al op jonge leeftijd was ik anders”, ik werd rapper groot als de andere vervolgde hij. De LAR liet een foto zien, met daarop de ‘kleine’ reus, tussen zijn broers en zussen. De prinses zag direct dat het in de koninklijke tuin was. Waar ze zelf ook graag speelde. Maar op de foto was ook iets speciaals te zien. Er stond op die foto ook een meisje, die ze niet direct herkende. Ze vroeg aan de reus, “ik ken die van ergens”, ja liefste prinses dit ben jij. Nog een redenen om jou te helpen, jij was het meisje die graag de poort voor de koninklijke tuin liet openstaan, om toch maar eens te ontsnappen. “Als ik dat geweten had, dat jij ook anders was, hadden we samen kunnen spelen. Tja, maar ik zat net met hetzelfde probleem, niemand vond mij leuk omdat ik anders was. Ondertussen was het bord van het prinsesje helemaal leeg. Wil jij hier eeuwig blijven wonen, vroeg de prinses aan de LAR. Ik zie geen andere oplossing antwoordde hij. Alleszins, kan jij hier blijven zolang je wilt. Jij hebt mij vroeger vaak (onbewust beek het) geholpen, door mij in de tuin te laten spelen. Daarom hielp je me, tijdens mijn reis hiernaartoe. En trouwens waar zijn we nu? Waar denk je, vroeg de reus? Wel, ik heb ooit verhalen gehoord over het ‘anders-dan-de-rest-koninkrijk’, waar alle mensen wonen, die niet thuis horen in het koninkrijk. De reus ging verder “hebben ze je nooit de naam verteld van dit deel van het koninkrijk?” Het word hier wel eens het ‘anders-dan-de-rest’-deel genoemd. Waar ik dus thuishoor. Schandalig , riep de prinses. Dus dit is voor alle niet-normale mensen. Waar ik dus thuishoor, riep de prinses er nog achter. Dat zeg jij, maar ik voel mij hier veel gelukkiger, hier staan niet steeds wachters op paarden met een zwaard rondtelopen. En je vind hier veel lekkere paddenstoelen, waar ik lekker eten mee kan maken. De prinses werd er daarna een beetje stil van. Ze wou op een of andere manier toch een einde maken aan het ‘selecteren’ van mensen die anders zijn. Hoe dat ze zou doen, dat wist ze nog niet. Maar nu was ze te moe om nog veel na te denken, en viel in slaap…

Tijdens het ontwaken van het prinsesje rook ze direct iets heel lekkers. Het was de geur van een vers gebakken eitje. De dag ging zeker mooi zijn, ze had een nieuwe beste vriend, en ze was in goed gezelschap. Ze deed haar kleren aan, en wandelde haar kamertje uit. Hoe kwam ze daar trouwens? Ze was toch niet, gaan slapen in een bedje. Goedemorgen prinses, lekker geslapen? Wel ja, maar hoe kom ik in dat bedje? Je was op een stoel in slaap gevallen, en ik heb jou een dekentje gegeven, en daarna jou in een bedje gelegd. Je bent echt een schone slaapster. Dat was lang geleden, dat ze nog een compliment van iemand had gekregen. Je zag meteen dat het goed klikte met de LAR. Ze begon toch maar haar eitje. Hmmm lekker dit, zei het prinsesje. Ja het is met een paddenstoel die ik zelf het liefste eet. Wil je anders meegaan met mij om die paddenstoelen te gaan zoeken, want ik heb er niet veel meer. Net als die woorden uit de mond van de reus kwamen, glunderde de prinses helemaal. Tuurlijk wil ik mee, dan kan ik ineens deze kant van de wereld leren kennen. Na het eten, nam haar hoed en haar mand en liep ze samen met de LAR naar het einde van de grot, om samen de wereld te verkennen. Ze liepen langs mooie paden richting het bos. Tijdens de reis van ons prinsesje die ze tot nu al had afgelegd, kwam ze niet zo een mooie bossen tegen. Toch zeker niet in ‘anders-dan-de-rest’, want daar was alles donker, saai en het voelde steeds koud aan. Ze zei er iets van tegen de reus “zeg reus, waar vind je die mooie paddenstoelen, want het is hier niet echt mooi om ze te vinden”. De reus antwoorde, het is niet omdat we in dit deel van het koninkrijk zitten, dat er geen mooie plekken zijn. Je moet gewoon goed zoeken, en de plaatsen weten te zijn. Ons prinsesje had het nu nog een beter gevoel bij de reus. Even later kwamen ze aan bij een poortje (het was eerder een hekje). Het bos leek donker, maar en paar meters verder, kwamen ze bij een mooi meertje uit. Wat een mooie plek is dit, zei het prinsesje. Ja, ik heb ook lang moeten zoeken naar deze plek, en op deze plek wordt ik zelf ook rustig. Ons prinsesje was er helemaal onder de indruk van de plek. De LAR zei tegen haar, en het is op deze plekken dat je mooie dingen vind. Kijk eens naar daar, en de reus wees naar een watervalletje van het meer. Het prinsesje keek, en zag daar een mooie paddenstoel. Die is echt prachtig, het is de wonderpad-paddenstoel zei de reus. Hiermee maak je de lekkertje eitjes. Ja die proefde ik al deze morgen, het was echt heerlijk. Ze plukte samen de paddenstoel, en gingen verder op weg in het bos. Ze amuseerde zich zo hard, dat ze vergaten hoe laat het was. Op een gegeven moment had het prinsesje honger. “LAR, ik heb een beetje honger”, laten we dan even iets eten. Zou jij het erg vinden om weer een eitje te eten met de wonderpad? Nee tuurlijk niet, het was zo lekker, dat ik er graag nog meer van zou willen proeven. Maar, vroeg de prinses, waar vinden we nu eitjes? Eitje, waarom zou je een eitje nodig hebben, deze paddenstoel is ook super lekker met vlindervliesjes. En die vliesjes, vind je hier ook. Wil jij anders de paddenstoel wat kuisen en klaarmaken voor te eten, dan zorg ik voor de vliesjes. Goed idee, antwoorde het prinsesje. Het prinsesje voelde het al, het ging lekker worden. Een half uurtje later, kwam de LAR terug met een mandje met daarin vlindervliesjes. Het waren echt pracht exemplaren. Nu begon het prinsesje het te snappen hoe het werkt met die vlindervliesjes. Dus, hoe mooier de vlindertjes, hoe lekkerder de smaak. Inderdaad antwoorde de reus. Waarom zijn deze paars, vroeg de prinses? De reus nam de paddenstoel en zette hem naast het potje van vliesjes. Kijk eens goed? Oh, ik snap het, als ze dezelfde kleuren hebben, heb je de beste kwaliteit. “Ja, zo werkt het.” De maaltijd was heerlijk, alsook de gezellige babbel.
Zouden we daar iets aan moeten doen LAR vroeg ons prinsesje. Waaraan, antwoorde de reus. “Er zouden toch nog meer mensen zijn, die anders zijn hier? Kunnen we die ook niet helpen op één of andere manier?” Weet je, als we nu samen op stap gaan om die mensen te zoeken. Als we iemand vinden, zal het in dit deel van het koninkrijk zijn. Na dat besluit, gingen ze dan verder op pad. Ze liepen het bos uit, en klommen een heuvel op. Even later op een maïs, kwamen ze een meisje tegen. De reus en het prinsesje gingen van dichterbij kijken. Het was een meisje met één vinger minder. Ze wouden haar aanspreken, maar ze ging steeds een stapje terug. Bang, was ze precies. Aaaaah, een reus… Ons prinsesje riep rustig “wij willen jou helpen, wij willen de mensen die net iets anders zijn helpen, wij zijn ook zo”. Het meisje, keek nog steeds bang. Laten we beginnen met jou naam, vroeg het prinsesje aan het meisje. Mijn naam is… Lola. “Niemand kijkt naar mij op, omdat ik vier vingers heb, dus niemand kan mij helpen”. Waarom niet, vroeg de reus. Wij willen samen er voor strijden, voor iedereen die anders is, toch een kans te geven. En vooral, ging het prinsesje verder, om ons begrepen te voelen. Dat klinkt allemaal wel heel leuk, maar hoe doen we dat? Trouwens wat zijn jullie namen? Oh, sorry dat was heel onbeleefd van ons. Mijn naam is de LAR antwoorde de reus. Wat is L.A.R.? Leuke Aardige Reus, zei de reus. Hallo, ik ben de prinses van het koninkrijk. Zouden jullie anders willen kennismaken met mijn ouders, dan kunnen we allemaal richten op die zaak, om een oplossing te zoeken. “Geen slecht idee vonden de reus en het prinsesje.” Het huisje van het Lola, was klein, leek op een boerderijtje en was vrij klein. Lola, nam haar gasten mee naar de woonkamer, waar haar ouders rustig zaten te rusten in hun zetel. Lola, zei heel stilletjes “mama, papa, ik heb iemand meegenomen. De moeder en de vader keken op, en staarde naar de reus en het prinsesje. Ik ken jou zei de vader van lola tegen het prinsesje. “Jij bent de dochter van de koning”. Hoe herken je mij, ik kwam nooit buiten antwoorde de prinsesje. Ooit heb ik gewerkt in de tuin van je vader. Oh? Dan herken je mijn vriend ook? Euh, je bedoeld deze reus. Even denken…, in die tijd was je toch een beetje ‘kleiner’. Was jij die jongen die die grote handen had? Euh, dat is al even geleden, maar ja dat was ik antwoorde de reus.


We mogen wel niet vergeten wat we hier kwamen doen. Een oplossing zoeken voor de mensen die anders zijn, om te tonen aan ‘mijn’ familie dat wij ook gewoon mensen zijn. Dat is waar zeiden de andere in koor. Maar hoe? Ik heb misschien wel een ideetje. Als we nu een maaltijd maken voor heel het koninkrijk. Met de lekkere paddenstoelen. En vlindervliesjes voegde de reus er aan toe. Awel, dan is dat geregeld. Maar hoe? Dat moeten we nog eens bespreken. Het werd al laat, en de groep ging maar eens slapen. De reus en de prinses waren echt heel bij, dat ze mochten blijven slapen bij de familie Andés. Het waren echt heel vriendelijke mensen. En bovendien hadden ze een echt bed, om in te slapen. Sinds de prinses al weggelopen was, had ze nog geen gewoon bed gezien. De volgende dag begon met een eindelijk goed uitgeslapen LAR en ons prinsesje. Ze hadden nog de hele avond doorgedacht en gewerkt aan hun plan. De plannen lagen al vast. Het komt goed…
Het plan begon…
Met hun drieën vertrokken richting het koninkrijk om hun plan uit te voeren. Ze kwamen voorbij bergen, bossen. Na een paar uur wandelen kwamen ze aan op hun bestemming. Dé woonplaats van onze prinses. De wachters keken al raar naar het stel. “Richt de bogen op die monsters” riepen de wachters. Dit is helemaal wat we verwacht hadden, riep de prinses. “Ooo, het is de prinses, verwittig de koning.” Nee, zolang mijn nieuwe vrienden niet binnen mogen, kom ik ook niet terug, antwoordde de prinses. Niet veel later had heel het dorp gehoord dat de prinses terug was. Ook de koning en de koningin kwamen toe. “We hebben jou gemist prinsesje” zei de koning. Jaja, zal wel antwoorde de prinses. Nu mis je mij wel hé, maar als ik iets wil leren of doen, met mijn ogen… en als dat woord gevallen was, werd het ineens heel stil. Jullie wisten dit toch?!? Papa, jij hebt het toch geroepen voor heel het koninkrijk? De koning werd rood. Euh, het is te zeggen, ik heb net voordat je verdwenen was, direct gezegd dat het een oogontsteking was. Dit meen je niet papa, vroeg de prinses zich woedend af. De lar en daar de ouders van, werden ondertussen ook woedend. En, dan gebeurde het, de prinses zweeg niet meer. “Kijk bewoners van het koninkrijk… Jullie weten niet wat hier allemaal aan de hand is. De koning plaatst alle mensen die ‘anders’ gewoon op een heuvel in het andere deel van dit koninkrijk. De bewoners werden stil. Ze ging gewoon verder… en jullie weten dat ik anders ben, dat ik niet het prinsesje ging worden die jullie verwacht hadden van mij als prinses. Maar ik wil zijn wie ik ben, als jullie daar niet mee kunnen leven, dan is dat jullie probleem. Ik kom alleen terug, als jullie ook mijn nieuwe vrienden toelaten, riep het prinsesje. En op dat moment kwam een inwoner naar voren vanuit de hele groep bewoners van het koninkrijk. “Staat u mij even toe om iets te zeggen” zei hij vriendelijk. “Ik ben de raadgever aan de koning in dit deel van het koninkrijk, en ik wil graag zeggen dat voor mij iedereen gelijk is. Meneer de koning, ik zeg dit in naam van alle bewoners. Het is niet omdat iemand anders is, dat hij of zij niet meer welkom is hier. Meneer Deman (want zo heet hij, Herman De Man), weet u zeker dat iedereen het hier over eens. Op dat moment riepen alle bewoners het in koor “Iedereen gelijk, in ons koninkrijk, iedereen is gelijk, in ons koninkrijk. “Dit is duidelijk toch” zei Deman. De koning veranderde direct van gedacht. En riep het volk toe “Wij nemen vandaag een grote beslissing, vanaf nu is iedereen gelijk, van waar ze ook komen. Ik geef vanavond een groot feest, iedereen welkom. En toen, liep het prinsesje in de armen van de koning. “Eindelijk papa, bedankt, dat je het eindelijk beseft. Dit maakt mij zo gelukkig” zei het prinsesje. 
“Mag ik u dan nog iets aanbevelen papa” vroeg ze aan haar vader. De koning knikte met zijn hoofd. Deze reus hier, heeft de naam LAR, en weet je waar die voor staat? Nee, antwoorde de koning. Het staat voor Leuke Aardige Reus. En één van zijn kwaliteiten is koken. Echt papa, hij kan de beste eitjes klaarmaken van de hele wereld. En de koning antwoord daar op “Laat hem dan maar koken vanavond, en dat we allemaal kunnen genieten van zijn eten. Zoals ik al zei, iedereen is gelijk. Het eten was echt geweldig. Iedereen genoot er zo erg van. Zo een mooie avond hadden de nieuwe vrienden van de prinses nog nooit gehad.
En vanaf dat moment, was iedereen dol gelukkig, en leefde iedereen gelukkig samen. Niemand werd nog aan de kant gezet. Ze leefde nog lang en gelukkig.